5. Veranderingen in Fedora voor systeem beheerders
5.1. Fedora 12 opstart tijd
5.1.1. GRUB met ext4 ondersteuning
Fedora 9 bevatte oorspronkelijk experimentele ondersteuning voor ext4 en Fedora 11 bevatte standaard ext4 ondersteuning. GRUB ondersteunde echter in die versie ext4 niet en vereiste daarom een aparte boot partitie geformatteerd als ext3 of ext2. Fedora 12 bevat nu een vernieuwde versie van GRUB met ext4 ondersteuning. Anaconda (het Fedora installatie programma) zal dit ook toestaan.
5.1.2. Dracut — nieuw opstart systeem
Tot en met Fedora 10 was het opstart systeem (initial ram disk of initrd) dat gebruikt werd om Fedora op te starten, monolithisch, erg distributie specifiek en bood niet veel flexibiliteit. Dit zal vervangen worden door Dracut, een initiële ram schijf met een event-based raamwerk wat ontworpen is om distributie onafhankelijk te zijn. Het wordt ook gebruikt door het van Fedora afgeleide XO operating systeem van het OLPC project. OLPC modules voor Dracut zijn beschikbaar in de Fedora repository. Vroegtijdige terugkoppeling en testen is welkom.
5.1.3. Sneller en gelijkmatiger grafisch opstarten
Kernel Mode Setting (KMS) wordt nu standaard ook bij NVIDIA systemen aangezet met behulp van de Nouveau driver. Fedora 10 bevatte oorspronkelijk ondersteuning voor KMS, echter alleen voor enkele ATI grafische kaarten. In Fedora 11 werd dit ook uitgebreid naar Intel kaarten. Deze vrijgave heeft het verder uitgebreid om ook NVIDIA kaarten te ondersteunen.
Als resultaat van deze verbetering zul je een sneller en gelijkmatiger grafisch opstarten krijgen op bijna alle systemen met het plymouth grafisch opstart systeem ontwikkeld binnen Fedora.